Wie antislip op een trap plakt, is meer tijd kwijt met meten en schoonmaken dan met het plakken zelf. Daar wordt ook het resultaat bepaald. Een strip die scheef ligt of na een paar weken aan een hoek loslaat, heeft meestal te maken met een stoffige trede, een koude strip of te weinig aandrukken.
Veel gereedschap is er niet voor nodig. Een potlood, een rolmaat, schilderstape, een scherpe schaar, alcohol of een ontvetter en een roller zijn genoeg. Elektrisch gereedschap komt er niet aan te pas, en de trede wordt niet beschadigd.
Rol of losse strips
Antislip voor de trap is te koop als losse strips en op rol. Losse strips hebben een vaste lengte, wat handig is als die toevallig bij de breedte van de treden past. Een rol wordt per trede op maat geknipt en past daardoor op elke trap, ook als de treden onderling iets verschillen. De zelfklevende strips van Antisliprubbertape zijn er op rollen van 5 en 15 meter, in tien kleuren. Voor een rechte trap met dertien treden van 80 centimeter breed is ruim 10 meter nodig, en dus een rol van 15 meter.
Meten en markeren
Het werk begint met een paar potloodstreepjes op elke trede, van links naar rechts, op ongeveer 2,5 centimeter van de voorkant. Langs die streepjes komt een strook schilderstape die in de hoeken goed wordt aangedrukt en precies op de breedte van de trede wordt afgesneden. Die tape dient als mal. Hij gaat voorzichtig van de trede af en wordt op de antislipstrip geplakt, waarna de strip aan beide uiteinden van de tape wordt afgeknipt. Zo krijgt elke strip de maat van zijn eigen trede. Wie de strips meteen nummert, raakt bij het plakken niet in de war.
Schoon, vetvrij en op kamertemperatuur
Voordat er iets geplakt wordt, gaan de treden schoon met alcohol of een verfontvetter, zodat er geen vet of stof meer op zit. Op een vette ondergrond hecht geen enkele plaklaag goed. Daarnaast moeten de strips op kamertemperatuur zijn. Een strip die in een koude schuur of auto heeft gelegen, is stug en laat zich lastiger strak aanbrengen. Bij een pas geschilderde trap is het verstandig te wachten tot de verf goed is uitgehard.
Plakken en aandrukken
Het plakken begint in een hoek. Een klein stuk van het beschermvel gaat los, de strip wordt in de hoek langs de potloodstreepjes gezet, en daarna gaat het vel beetje bij beetje verder los terwijl de strip wordt aangedrukt. De vingers blijven zo veel mogelijk van de lijmlaag af, omdat huidvet de hechting verzwakt. Tot slot gaat er met flinke kracht een verfroller of aandrukroller over de hele strip, van het midden naar de uiteinden.
Waarom de dikte uitmaakt
Dat het aanbrengen zo goed te doen is, hangt samen met de dikte van de strip. Volgens de montage-instructie op antisliprubbertape.com is de strip 1,8 millimeter dik, terwijl veel tapes uit de bouwmarkt tussen 0,2 en 0,4 millimeter zitten. Een dunne tape rekt en kreukt makkelijk, waardoor een rechte lijn over de volle breedte van een trede lastig wordt. Een dikkere strip blijft vormvast en laat zich als een liniaal langs de potloodstreepjes leggen.
Foto: ellen forsyth, CC BY-SA 2.0
